Sinds januari 2007 is ventileren verplicht in (ver)bouwprojecten. Maar hoe kunnen we aan de norm voldoen? En hoeveel geld kunnen we uitsparen door een goed ventilatiesysteem?

Volgens het basisprincipe van de verplichte ventilatie moet er in elke droge ruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) een toevoer van verse buitenlucht zijn, dat deze lucht vervolgens door een gang kan circuleren, om tenslotte in de natte ruimtes (bijvoorbeeld de badkamer) naar buiten afgevoerd te worden.

Ventilatiesystemen

Om aan de opgelegde norm te voldoen, heeft u keuze uit vier verschillende ventilatiesystemen.

–          Systeem A (natuurlijke ventilatie): De toevoer van verse lucht gebeurt via regelbare roosters in ramen of muren en afvoer via een regelbaar rooster en verticale kanalen tot boven de daknok. De doorstroming binnen dit systeem gebeurt door wind en temperatuurverschillen tussen uw woning en de omgeving.

–          Systeem C (mechanische afvoerventilatie): De lucht komt uw woning binnen via toevoerroosters, net zoals bij systeem A, de afvoer wordt geregeld door een ventilator die de lucht naar buiten afvoert.

–          Systeem D (mechanische afvoer- en toevoerventilatie): Dit systeem maakt gebruik van twee ventilatoren. Eén ventilator voert de lucht via kanalen toe, een andere zuigt de lucht af uit de natte ruimtes. Dit systeem wordt soms ook balansventilatie genoemd.

Energie besparen dankzij ventilatie

Bij elke van deze systemen zijn er mogelijkheden om het systeem energiezuiniger te maken. Ten eerste kunt u ervoor zorgen dat u door een goede luchtdichtheid van de gebouwschil (de schil die de binnenruimte van de buitenruimte scheidt) en regeling van de luchtdebieten niet meer hoeft te ventileren dan nodig is. Bij uw ventilatiesysteem kunt u ook diverse besparingsmogelijkheden toepassen: zuinige motoren, hybride ventilatie en goede regeling en correcte berekening van de luchtkanalen. Als u in de afgevoerde lucht warmte wilt recupereren, kunt u dat met een warmteboiler, of kruiswisselaar waar de koude en warme lucht met elkaar kruist maar niet in contact komt met elkaar. Tenslotte kan een intensief systeem actieve koeling vermijden en op die manier extra investering en hoge elektriciteitskosten vermijden.